Van de gletsjers in Franz Josef Land maken zich tafelijsbergen los, met een lengte van wel 400m. Het zee-ijs versterkt het Arctisch karakter van de archipel; in koude zomers kunnen er tussen de individuele eilanden open drijfijsvelden blijven liggen. Het zee-ijs in de fjorden en zeestraten breekt in het zuiden echter meestal in de eerste helft van augustus; in het noorden soms helemaal niet. De meren en riviertjes van de archipel zijn afkomstig van het smeltwater van de ijskappen en sneeuwvelden. Vanwege de permafrost komen er geen sterk uitgediepte rivieren voor maar zien we wijdvertakte netwerken van ondiepe beekjes. Daar waar vegetatie voorkomt, is het spaarzaam en bedekt tot een hoogte van zo'n 100m, in totaal slechts 10 % van de oppervlakte. Onder gunstige omstandigheden, zoals onder vogelkolonies, is de bedekking wel 100%. Bomen, struiken of andere hoge planten komen er niet voor. De flora beperkt zich nagenoeg tot terrassen en hellingen die gericht zijn op het zuiden, waar deze kleur geven aan het landschap. Tientallen soorten korst-, blad- en levermossen vormen de basis van de vegetatie. In drassige gebieden kunnen de bonte, weelderige mospollen diep van kleur zijn. Onder de tientallen vaatplanten vinden we een twintigtal bloeiende soorten, met name steenbreeksoorten die over geheel Arctica en in noordelijke berggebieden voorkomen. In de Franz Josef Land archipel zijn slechts een twintigtal broedvogelsoorten vastgesteld. Dit zijn voor het merendeel zeevogels maar toch, de sneeuwgors, ofwel ‘mus van het Noorden’, ontbreekt niet. Op Alexandra land komen twee grote kolonies ivoormeeuwen voor. Maar ook elders op Franz Josef Land zijn deze bijzondere vogels goed te spotten. De ringel rob en de baard rob, die jongen krijgen in dit gebied en daarmee belangrijk voedsel vormen voor de ijsbeer, zijn algemeen. De zadelrob, die zijn jongen krijgt in de Witte Zee komt hier alleen in de zomer in aanzienlijke aantallen voor. Walrussen komen over de gehele archipel voor, soms in concentraties van vele honderden dieren op een en dezelfde plek. Franz Josef Land is de ‘kraamkamer voor walrussen’ waar je zult zien dat veel jonge dieren op de rug van hun moeders meezwemmen. Spitsbergen is in de laatste jaren vanuit Franz Josef Land zelfs op natuurlijke wijze weer bevolkt geraakt door deze ’op tanden-lopende zeekoe’. De lieveling van de meeste bezoekers aan Franz Josef land. Bijzonder is het voorkomen van de Groenlandse Walvis, waarvan we tot voor kort dachten dat hij was uitgestorven in het oostelijke deel van Arctica. De Narwal wordt heel soms ook gespot tussen de eilanden en de dwergvinvis aan de ingangen van de zeestraten in het zuiden van de archipel. Naast de lange route langs het drijfijs boven Spitsbergen op weg naar Franz Josef Land, is Franz Josef Land zélf het beste gebied op de Noordpool om ijsberen spotten. Vaak ook van dichtbij. Er is vaak ook nog veel drijfijs, en dus robben. Daar komt bij dat ijsberen daar nooit zijn bejaagd. Voor gidsen de taak om goed uit te kijken als we aan land gaan om niet in de armen van een beer te lopen. De poolvos komt in zeer kleine aantallen voor, meestal op eilanden met grote zeevogelkolonies. De vos is het enige echte landzoogdier op de archipel. Vroeger leefden hier ook rendieren van Spitsbergen afkomstig, maar deze zijn uitgestorven. Dit is een reis voor mensen die het ultieme poolgebied willen beleven en vooral van de ongekende pure natuur en wildleven willen genieten. Daarnaast is er ook aandacht voor de bijzondere geschiedenis van deze archipel met restanten uit de tijd van de ‘de run’ naar de geografische Noordpool aan het einde van de 19e eeuw. Onder andere Fridtjof Nansen overwinterde op Franz Josef Land toen hij het ms de FRAM, dat vastgevroren was in het ijs, verlaten had om de Geografische Noordpool met ski’s te bereiken. Franz Josef Land lijkt enigszins op Antarctica. Onder Sovjetregime was het lang een verboden gebied. Maar nu kunnen er weer sporadisch expeditie-cruises aangeboden worden naar deze eilanden met hun typische noordpool karakteren waarvan Rudolf eiland op de hoogste Eurazië breedtegraad ligt. Als passagier op deze expeditie-cruise bent u op ieder moment van de dag paraat voor actie. Het is immers vanaf midden april tot eind augustus 24 uur per dag licht! Tijdens uw reisperiode is het, ondanks de zeer noordelijke ligging van Franz Josef land, niet bijzonder koud.