Madagaskar


Bedreigd schateiland

Gerelateerde reizen:
Aantrekkelijk Madagaskar

Een van de armste landen ter wereld dreigt van de wereldkaart af te vallen. Dat klinkt dramatisch en dat is het ergens ook wel. Aan de natuurlijke rijkdom ligt het niet. Madagascar kan zich moeiteloos meten met de Galápagos eilanden dankzij de honderden endemische flora en faunasoorten. De geïsoleerde ligging draagt daar uiteraard in grote mate aan bij.

80% van alle planten en dieren, waaronder zeldzame kameleons en lemuren, komt alleen op dit eiland voor. Sterker nog, van de 92 landen op aarde waar primaten in het wild voorkomen, herbergt Madagascar ruim één derde van alle voorkomende familiesoorten. Het land is zelfs zo belangrijk dat primatologen de wereld hebben ingedeeld in 4 hoofdregio’s: Latijns-Amerika, Azië, Afrika en Madagascar… Het is land is echter zó arm, dat elke westerling er direct na landing instant miljonair is. Slechts € 250 levert al 1 miljoen Malagassische Ariary op. Het cliché van de buitenlander met zakken vol geld wordt hier volledig waargemaakt. En toch voel ik me niet onveilig. Overal word ik enthousiast ontvangen door zwaaiende mensen en vooral heel veel nieuwsgierige kinderen (60% van de bevolking is jonger dan 25 jaar). Foto’s maken gaat heel spontaan en zonder opgehouden handjes. De foto laten zien levert een hoop schatergelach en blije gezichten op. Om geld vragen ze niet. Bedelaars ben ik sowieso nauwelijks tegengekomen. Al is dat misschien niet zo vreemd in een land waar bijna iedereen onder de armoedegrens leeft, de ander heeft immers ook niets. Hoewel…. er zijn natuurlijk uitzonderingen. Op het moment dat ik door Madagascar reis is het verkiezingstijd (november 2018). In een hotellobby staat een televisie waarop het campagnefilmpje van kandidaat nr 13 (Andry Rajoelina) wordt vertoond (saillant detail is dat hij in 2009 na een machtsgreep de nieuwe leider van het land werd, waarna het land in een vrije val belandde). Ik zie een aaneenschakeling van computeranimaties van een niet bestaand land. Een grote zesbaans snelweg, een luxe winkelcentrum dat in Dubai niet zou misstaan, gloednieuwe ‘Amerikaans’ ogende residentiële villawijken en ga zo maar door. De toekomstplannen voor Madagascar? En dan vinden we dat de politiek in Nederland ver van de bevolking af staat… De werkelijkheid toont bouwvallige houten woonhutjes en gebrekkige asfaltwegen (maar meestal zandwegen) met grote gaten waarover oude Renaultjes 4 rijden en houten karren rollen die normaal gesproken worden voortgetrokken door paarden of ezeltjes, maar hier worden ze voortgetrokken door mannen die blootsvoets met het verkeer mee rennen. Het land met z’n bescheiden en lieve bevolking wordt door een totaal incompetente en hooghartige overheid geleid. Corruptie en desastreuze handelsdeals met landen als China werpen een donkere wolk over Madagascar. 80% van het bos is al gekapt en verbrand. De lokale bevolking groeit als kool en er is niet genoeg te eten. Daarom verdwijnt het regenwoud als sneeuw voor de zon voor landbouwgrond. Duurzame houtsoorten als Rosewood worden verkocht aan het westen en de rest gaat in vlammen op, inclusief endemische diersoorten. De as maakt de van oorsprong arme regenwoudbosbodem tijdelijk vruchtbaar. Dat is echter van korte duur en dan blijft er een uitgeputte, levenloze vlakte over. Hoe anders is het in het nog bestaande regenwoud.

Door Astrid Brenninkmeijer, Marketingcoördinator ExperienceTravel

Hier word je nog gewekt door de klaagzang van de Indri Indri, de grootste lemuur van het eiland (en dus ter wereld). Al om half vijf galmt deze natuurlijke wekker dwars door de muren van mijn bungalow in Andasibe. De dag is begonnen. Even later struinen we door de bossen op zoek naar deze zwartwit gekleurde halfaap. De gids weet ze na een paar uur te lokaliseren. Boven in de boomtoppen zie ik beweging terwijl het windstil is. Twee donkere schaduwen tekenen zich af. Niet veel later stuiteren ze even moeiteloos als behendig van boom naar boom. De gids wijst voorzichtig boven mijn hoofd. Ik draai mijn ogen naar de takken op een paar meter hoogte in de boom naast me en sla vrijwel direct mijn handen op mijn oren. Het Indri-alarm gaat af en mijn trommelvliezen houden dapper stand. Ik sta zó dichtbij dat ik de getuite lippen van de zingende lemuur boven me zie. Indri’s leven in kleine groepjes van twee tot vijf dieren. Het vrouwtje bepaalt de route en het mannetje verdedigt het territorium. Met hun roep houden ze waarschijnlijk contact met elkaar en laten ze andere groepen weten dat ze aanwezig zijn. Mij lijken ze te negeren. Ook andere lemuren die ik later op de reis tegenkom zijn totaal niet mensenschuw. Bedreigd worden ze helaas wel, als gevolg van verdwijning van het leefgebied. Meer buitenlandse aandacht voor het land is naar mijn idee allesbepalend om hier een oplossing voor te vinden. Als verantwoord toerisme ergens een positieve bijdrage kan leveren aan behoud van de unieke natuur is het hier wel. Als de overheid inziet dat ze op een grote goudschat zit met de tientallen soorten lemuren als kroonjuwelen, is er nog hoop voor het eiland. Daarmee impliceer ik overigens niet dat iedereen maar naar Madagascar moet gaan. Je moet een beetje een avontuurlijke inslag hebben. De infrastructuur is immers belabberd. Waar Andasibe nog gemakkelijk bereikbaar is vanuit de hoofdstad Antananarivo, kost het behoorlijk wat reistijd om bijvoorbeeld de primaire regenwouden aan de (noord)oostkust te bereiken. Binnenlandse vluchten, lange busritten en vaartochten van enkele uren over o.a. het (overigens zeer bezienswaardige) Pangalanes kanaal brachten me in Masoala National Park en Ankanin’ny Nofy. En waar de natuur toeneemt, neemt menselijke activiteit automatisch af (of is het andersom?). Op wat vissersdorpjes na, beleef ik hier Madagascar zoals het ooit overal moet zijn geweest. Stille, oogverblindende stranden en jungle met oeroude woudreuzen, reizigerspalmen en boomvarens waar je urenlang kunt hiken en niet weet wat je allemaal tegenkomt. Ik stuit (met hulp van de lokale gids) op verschillende soorten lemuren, piepkleine kameleons zo groot als je duim en een scharrelende tenrek (soort egel). Een flexibele instelling om in het tempo van het land te reizen is noodzakelijk. Het levensmotto mora mora (vrij vertaald ‘rustig aan’) benadrukt dat nog eens. Wachten bij de douane (in mijn geval bijna 3 uur, terwijl er in al die tijd maar 1 vliegtuig was geland), wachten op je eten etc. Dat betekent verplicht onthaasten, want ze hebben alle tijd. Desondanks worden de mensen hier niet oud, gemiddeld 55-60 jaar volgens de gids. En dat komt weer door de levensomstandigheden. Best een bijzonder contrast met de westerse wereld waar we juist heel oud worden en ondanks alle haast altijd tijd te kort komen. Madagascar is zo’n land dat je aan het denken zet door er rond te reizen. Hoe dichterbij ik kom, hoe meer het me raakt. Er wordt wel eens gezegd dat je nú naar de Poolgebieden moet gaan als je de ijsberen nog in hun natuurlijke habitat wilt zien. Ik ben bang dat die urgentie voor Madagascar nog veel groter is. En dat is eerlijk gezegd bepaald geen straf voor moderne ontdekkingsreizigers. Eindeloze, verlaten bountystranden, sfeervolle lodges, nieuwsgierige oogjes in het regenwoud en kameleons in alle kleuren van de regenboog vullen de schatkamer van Madagascar.

“Hier word je nog gewekt door de klaagzang van de Indri Indri”